Hoe ga ik te werk?

De strategie wordt een casestudie, wat inhoudt dat ik een concrete situatie neem en deze onderzoek. Hiervoor pak ik als politieke jongerenorganisatie DWARS Groenlinkse jongerenafdeling Brabant en als politieke partij GroenLinks Tilburg.

Waarom kies ik deze organisaties voor het onderzoek? Aangezien ik woon in Tilburg leek het mij boeiend uit te vinden wat de huidige samenstelling is van de gemeenteraad in Tilburg. Op de website van Gemeente Tilburg (Gemeente Tilburg, z.d.) blijkt dat van de elf partijen in de raad dit de zetelverdelingen van de vier grootste partijen zijn:

1. Lijst Smolders Tilburg met 10 zetels;
2. D66 met 9 zetels;
3. GroenLinks met 6 zetels;
4. VVD met 6 zetels.

D66, GroenLinks, VVD en CDA vormen samen een meerderheidscoalitie met in totaal 25 zetels. Lijst Smolders Tilburg is een lokale partij en heeft geen aparte organisatie voor jongeren.

Zowel D66 als GroenLinks als VVD hebben een actieve jongerenorganisatie. Hoe komt het dat ik GroenLinks kies als partij om onderzoek naar te doen? De kennis over wie ik sprak in de introductie was lid van GroenLinks. De eerste kennismaking was dus met GroenLinks. Gezien ik in mijn eentje werk en er beperkte tijd is, moet ik mij focussen op een partij die ik al ken. Dit was doorslaggevend voor mijn keuze voor deze organisatie. Bovendien las ik op de website van GroenLinks Tilburg dat er twee gemeenteraadsleden zijn die bestuurskunde hebben gestudeerd waarvan er bovendien één betrekkingen heeft gehad met de jongerenafdeling DWARS. Wanneer het lukt om hen te spreken, verwacht ik dat zij mij relevante informatie kunnen geven die mij helpen de deelvragen te beantwoorden. Dat brengt mij tot de onderzoeksmethoden.

Ik richt mij op drie onderzoeksmethoden, te weten:

1. Literatuuronderzoek;

2. Analyse van bestaand materiaal;

3. Semigestructureerd interview.

Bij literatuuronderzoek verzamel ik kwalitatieve data over de politieke jongerenorganisaties en regionale divisies van landelijke partijen om erachter te komen wat er in de academische wereld al geschreven is over de onderwerpen. Dit is niet alleen relevant voor een theoretisch kader, maar op deze manier lees ik mij ook gerichter in over het onderwerp, zodat ik gerichter data kan verzamelen.

Bij de analyse van bestaand materiaal ga ik op zoek naar kwalitatieve data niet reeds geproduceerd voor wetenschappelijke doeleinden, zoals verschillende partijprogramma’s, waarbij ik mij richt op meerdere domeinen/portefeuilles.

Bij semigestructureerde interviews staat het hoofdonderwerp vast en verzamel ik informatie door vragen te stellen aan relevante personen.

Nogmaals, de deelvragen zijn:

1. Hoe verschillen de standpunten? Waarom (niet)?

2. Hoe verschillen de actiepunten? Waarom (niet)?

3. Hoe is de communicatie en samenwerking tussen deze twee organisaties?

Alle drie onderzoeksmethoden zullen gericht zijn op het kwalitatief beantwoorden van deze deelvragen. Onder kwalitatief versta ik dat het onderzoek beschrijvend van aard is en focus op overtuigingen, ervaringen en betekenis.

Introductie

Toen een aantal weken geleden de cursus Lokaal en Regionaal Bestuur startte en op dat moment ook een kennis sprak die lid was van een regionale politieke partij, raakte ik geïnteresseerd. Nadat ik de partij had opgezocht, kwam ik erachter dat er ook een regionale jongerenafdeling bestond. Hierna vroeg ik mij af hoe deze organisaties zich tot elkaar zouden verhouden. Mijn hoofdvraag werd toen:

Hoe verhouden een regionale afdeling van een politieke jongerenorganisatie en een regionale divisie van een nationale partij zich tot elkaar op lokaal niveau?

Een regionale afdeling van een politieke jongerenorganisatie is een afdeling van een landelijke organisatie voor jongeren die statutair verbonden is aan een politieke partij (PDC Informatie Architectuur, z.d.).
Een regionale divisie van een nationale partij is een lokale afdeling met een organisatorische verbinding met een landelijke partij die meedoet aan de Eerste of Tweede Kamer verkiezing of die daarin minstens één zetel vertegenwoordigen (Ostaaijen, 2019). Op lokaal niveau wil zeggen op niveau van gemeenten, in tegenstelling tot nationaal niveau dat gaat over het niveau van het hele land.

Beide typen partijen hebben dus een formele organisatorische verbinding met een moederpartij. Om erachter te omen hoe deze partijen zich op lokaal niveau verhouden, stel ik mij de volgende deelvragen:

1. Hoe verschillen de standpunten? Waarom (niet)?

2. Hoe verschillen de actiepunten? Waarom (niet)?

3. Hoe is de communicatie en samenwerking tussen deze twee organisaties?

Start!

Mijn naam is Maurick Reuser en ik ben tweedejaars bestuurskundestudent aan Tilburg University. Voor de cursus Lokaal en Regionaal Bestuur heb ik gekozen voor een interessante opdracht: het vastleggen van een onderzoek in de vorm van een online blog.