Een blog voor onderzoek?

Een blog schrijven om een onderzoek te doen is een boeiend idee met voordelen en nadelen.

Voordelen
– inzage in het proces
– publiek toegankelijk
Nadelen
– onoverzichtelijk
– conflict met (in)flexibiliteit: je legt in het begin van het onderzoek dingen vast die je later in het onderzoek zou willen veranderen, maar je wilt in een blog niet voortdurend oudere berichten aanpassen.
– balans tussen persoonlijke berichten schrijven en wetenschappelijk objectiviteit schrijven.

Een mooi experiment die in de toekomst meer gestroomlijnd vormgegeven kan worden.

Discussie en evaluatie

Zoals bij ‘Hoe ga ik te werk’ genoemd, zijn er in dit onderzoek weinig respondenten. De twee die input geleverd hebben waren beide betrokken bij GroenLinks en DWARS en zijn waardevolle bronnen. Contact leggen met de derde respondent is niet verder van de grond gekomen helaas. In totaal maakt dit dat het onzeker is in hoeverre het geschetste beeld overeenkomt met de werkelijkheid. Het is daarom aan te raden dit onderzoek op te schalen en te kijken naar DWARS organisaties van andere provincies, alsmede de contacten tussen andere lokale GL afdelingen met DWARS. Het is ook aan te raden onderzoek te doen naar relaties tussen andere politieke jongerenorganisaties en gerelateerde lokale politieke afdelingen. De verzamelde data geeft aanleiding te vermoeden dat de mate van informele en formele relaties sterk verschillen tussen organisaties en ook fluctueren in de tijd.

Het gebruiken van de componenten verzameld door Truwant (2007) is niet zo passend voor het beantwoorden van de deelvragen in dit onderzoek. Het was beter om de data te categoriseren per deelvraag zodat er een duidelijker antwoord geformuleerd kon worden. Aan de andere kant was het ook beter geweest om andere deelvragen als uitgangspunt te nemen, gezien gaandeweg in het onderzoek duidelijk werd dat standpunten en actiepunten te kleine onderdelen zijn van de grotere vraag naar de (organisatorische) relatie tussen politieke jongerenorganisaties en lokale afdelingen van politieke partijen. Ook de laatste deelvraag over de communicatie en samenwerking dekt niet breed genoeg de verhoudingen tussen beide organisaties. Desalniettemin ben ik bij het beantwoorden van deze deelvragen wel breder gegaan en meerdere aspecten gedekt, wat uiteindelijk heeft geleid tot nuttige overwegingen, conclusie en concrete aanbevelingen.

Bestaand onderzoek (Van der Hulst, 2015; Truwant, 2007) focust voornamelijk op de relaties op nationaal niveau. Het voorgestelde hoefijzermodel in dit onderzoek is een veelbelovend model om te tonen dat de meeste relaties tussen DWARS en GroenLinks nationaal formeel geregeld zijn, maar dat de relaties op lokaal niveau niet geïnstitutionaliseerd zijn en afhankelijk van de cultuur, houding en bereidwilligheid van de lokale organisaties. Door te putten uit bestaand onderzoek voor ten eerste de verhouding tussen politieke partijen lokaal en nationaal, ten tweede de verhouding tussen politieke jongerenorganisaties lokaal en nationaal en ten derde de verhouding tussen politieke jongerenorganisaties lokaal en nationaal, en vervolgens meer onderzoek te doen naar de relatie tussen lokale afdelingen van politieke partijen en lokale afdelingen van politieke jongerenorganisaties, kan het hoefijzermodel voltooid en gegeneraliseerd worden.

Hoefijzermodel gefocust op GL lokaal en DWARS Brabant

Conclusie en aanbevelingen

Het dubbellidmaatschap is dé verbindende factor tussen DWARS Brabant en GroenLinks lokaal. Dit formele middel stimuleert de informele relaties tussen GroenLinks lokaal en DWARS Brabant. Leden van DWARS die minder geïnteresseerd zijn in de lokale politiek kunnen zich zo focussen op de de verkennende en vormende activiteiten van DWARS, terwijl leden van DWARS die wel geïnteresseerd zijn in lokale politiek wel lid kunnen worden van een lokale afdeling om meer politieke invloed uit te oefenen. Deze personen zijn dan de informele verbinding tussen DWARS en GroenLinks op lokaal niveau en kunnen nuttig bijdragen aan een actieve cultuur van DWARS.  

Het is de vraag of de contacten tussen DWARS Brabant en GroenLinks lokaal nog verder formeel vormgegeven moeten worden. In hoeverre is DWARS Brabant een ‘vrijblijvende’ rekruteringspool en in hoeverre een organisatie voor politieke invloed? Vanuit GroenLinks lokaal bestaat de wens dat DWARS Brabant af en toe aanschuift bij de fractie- of bestuursvergadering van GroenLinks lokaal. Niet alleen zodat DWARS mensen te leren kennen, maar ook om op de hoogte te zijn van de lokale vraagstukken en kwesties. Zo kan DWARS ook gemakkelijker punten aandragen aan de agenda van GroenLinks lokaal. Dit is echter lastig om in iedere van de 62 gemeentes te doen, aangezien de capaciteit bij DWARS Brabant beperkt is. Hiernaast kan DWARS Brabant training krijgen om beter gebruik te maken van bestaande vormen van burgerparticipatie, zoals het inspreken bij een gemeenteraadsvergadering, het aanbieden van een petitie of een open brief sturen aan het college.

Informele relaties zijn gevoelig omdat deze niet gekoppeld zijn aan de organisatie als een geheel, maar aan de personen die posities in die organisatie vervullen. Wanneer een bestuur weggaat, nemen ze de informele relaties mee, zodat het nieuwe bestuur als het ware het wiel opnieuw moet uitvinden en opnieuw contacten moet leggen met lokale afdelingen. Het kan daarom handig zijn om een lijst bij te houden met telefoonnummers en contacten zodat na bestuursverandering makkelijk contact gelegd kan worden. Hiernaast is het handig voor DWARS om een lijst bij te houden met concrete actiemogelijkheden zodat volgende besturen hieruit makkelijk inspiratie kunnen putten.

De rode draad is dat het niet aan te raden is om de organisaties formeel aan te passen (door bijvoorbeeld in een reglement vast te leggen dat er altijd een DWARS Brabant lid aanwezig moet zijn bij een fractievergadering van GroenLinks Brabant), maar dat het vooral nuttig is om een participerende en actieve cultuur te stimuleren.

Hoefijzermodel gefocust op GL lokaal en DWARS Brabant.

Beantwoording deelvragen

1. Hoe verschillen de standpunten? Waarom (niet)?

Bij de standpunten baseer ik me vooral op de ideologische-programmatorische component, omdat dit betrekking heeft op de politieke inhoud. Volgens de respondenten heeft DWARS op nationaal niveau een uitgebreid programma en heeft DWARS op vrijwel ieder standpunt uit het verkiezingsprogramma van GroenLinks een mening. Op lokaal niveau ligt dit net wat anders. DWARS GroenLinkse Jongeren Brabant schrijven op hun website dat het doel is om gezellige dingen te doen, gelijkgestemde mensen te ontmoeten en in te zetten voor de Brabantse samenleving. De focus ligt dus op activiteiten. DWARS richt zich daarbij op zaken zoals openbaar vervoer en horeca. Hierbij kunnen ze bijeenkomsten organiseren in samenwerking met andere democratische en socialistische jongerenpartijen. Op lokaal niveau is er weinig afstemming over politieke inhoud tussen DWARS Brabant en lokale GroenLinks afdelingen. Dit komt mede doordat er 62 gemeentes in Brabant zijn en de capaciteit van DWARS Brabant niet groot genoeg is om betrokken te zijn bij al deze gemeentes.

Wel kan DWARS Brabant op een manier met initiatieven komen om bij de algemene ledenvergadering van GroenLinks lokaal programmapunten toe te voegen. Dit gaat via een omweg, want dit gaat alleen als je al lid van van GroenLinks op lokaal niveau. Als je alleen lid bent van DWARS kan dit niet. Dubbellidmaatschap wordt door DWARS gepromoot op de website, onder andere door het financieel voordeliger te maken.

2. Hoe verschillen de actiepunten? Waarom (niet)?

Ook de actiepunten betreffen vooral zaken die op jongeren betrekking hebben, zoals openbaar vervoer en horeca. Actiepunten vloeien voort uit de standpunten en verschillen niet significant. Dit is niet relevant om op in te gaan omdat dit in de eerste deelvraag is beantwoord.

3. Hoe is de communicatie en samenwerking tussen deze twee organisaties?

Er zijn veel soorten van contact en communicatie tussen beide organisaties op lokaal en nationaal niveau. Deze uiten zich door alle componenten, op zowel formeel als informele wijze. Voorbeelden van concreet contact zijn: DWARS Brabant kan de raadsfractie leren kennen, afspreken met het partijbestuur, raadsleden uitnodigen als spreker bij activiteiten, de gemeenteraad bezoeken en partijbijeenkomsten bezoek. Dit zijn informele contacten en niet formeel vastgelegd. Hiernaast kan DWARS Brabant over een actueel thema met een lokale GroenLinkse afdeling activiteiten organiseren, zoals debatten, bijeenkomsten, maar ook activiteiten zoals meehelpen met een campagneactiviteit van GL lokaal of flyeren.

Financieel kan een GroenLinks afdeling geld geven aan DWARS Brabant, maar hiertoe zijn ze niet verplicht. Een deel van het budget komt van DWARS nationaal, want uit art. 5 van Statuten DWARS blijkt dat de vereniging haar eigen financiële middelen regelt. Soms regelt een lokale afdeling een raadszaal voor DWARS Brabant voor een activiteit, maar ook dit is niet formeel vastgelegd. Wel is het zo dat DWARS landelijk klassen organiseert voor gemeenteraadskandidaten een ondersteuning biedt aan gekozen gemeenteraadsleden. Hierbij is dus sprake van dubbellidmaatschap, want je kan niet gemeenteraadslid worden zonder je te verbinden aan een politieke partij. Als je op de kieslijst komt moet je lid zijn/worden van GroenLinks, anders kom je niet hoog op de lijst. Over doorstromen zijn geen formele afspraken of structuren. Het verloopt vaak natuurlijk dat mensen zich kandidaat stellen voor de gemeenteraad als ze een aantal jaren actief zijn bij DWARS. Dit kan komen doordat jongeren in DWARS groeien in hun politieke rol. Dit heeft te maken met het rekruteringscomponent van DWARS: het is een organisatie die jongeren voorbereid en vormt voor eventueel later politiek werk. Het is mogelijk voor DWARS Brabant om moties of voorstellen in te dienen voor het programma van GL lokaal, maar formele invloed tussen DWARS Brabant en GroenLinks lokaal is er niet. Het is een vereiste dat je, voor dergelijke voorstellen, al lid moet zijn van GroenLinks.

Dit is makkelijk te verklaren: DWARS Brabant is een jongerenorganisatie, geen politieke partij. Hierom hoeft DWARS Brabant geen verantwoording af te leggen aan kiezers. Vanuit dit opzicht is het belangrijk dat alle invloed gaat via de bestaande kanalen, dat wil zeggen via de politieke partijen. Uiteindelijk worden zij beoordeeld op de politieke inhoud. Vanuit dit inzicht valt te verklaren dat DWARS Brabant een meer radicale organisatie kan zijn: zij hoeven immers geen verantwoording aan lokale kiezers af te leggen. Wel aan DWARS nationaal, want, volgens Art. 15 lid 5 van het Huishoudelijk Reglement van DWARS: Een afdelingsbestuur is in hun uitingen gebonden aan het beginselen politiek programma van DWARS. Politieke inhoud is dus sterker verbonden met DWARS nationaal dan GroenLinks lokaal. Door de formele contacten van DWARS nationaal met GroenLinks nationaal vindt wel meer directe invloed plaats, bijvoorbeeld door met moties te komen voor het nationale partijprogramma. DWARS Brabant aan de andere kant werkt dus niet veel op detailniveau. Dit kan ook een andere, meer praktische oorzaak hebben: DWARS Brabant een relatieve kleine organisatie met heel veel verschillende gemeenten. Door een beperkte capaciteit van DWARS Brabant is minder lokale betrokkenheid dan soms gewenst. Dit heeft ook te maken met verschillende opvattingen over de aard van DWARS Brabant: is het voor de plezier en lering van jongeren (rekrutering), of is het belangrijk dat er ook politiek impact is? Dit zijn keuzes die lokaal gemaakt moeten worden. Afhankelijk van de keuzes kan je aanbevelingen maken voor de lokale organisaties om banden te versterken.

Dataverwerking

De data van de interviews heb ik verwerkt tot een codeboom.

De data heb ik gecategoriseerd onder 6 elementen:  

1. Financieel-logistieke component;

2. Socialiserende en vormende element;

3. Ideologische-programmatorische component;

4. Rekruteringselement;

5. Organiek-institutionele component;

6. Aanbevelingen.

De componenten zijn overgenomen uit Truwant (2007) en helpen met het uitdrukken van de relatie tussen GroenLinks (lokaal) en DWARS (Brabant). Zoals Truwant (2007) in zijn onderzoek toont, zijn veel van deze componenten direct met elkaar verbonden. Dit maakt dat veel data onder meerdere componenten geplaatst kan worden. Bij de beantwoording van de deelvragen kan data uit meerdere componenten worden gehaald.

De eerste component gaat over de financiële en logistieke relatie tussen DWARS en GroenLinks. De tweede component gaat over politieke socialisatie en contacten bij activiteiten en bijeenkomsten. De ideologische-programmatorische component heeft betrekking op de politieke inhoud van de organisaties. De vierde component richt zich op DWARS als kweekvijver voor GroenLinks. De vijfde component gaat over de organisatorische verhouding tussen DWARS en GroenLinks en hoe processen verlopen. Er is aandacht voor lidmaatschap en statuten, maar ook informele relaties. Hiernaast heb ik data verzameld en geplaatst bij aanbevelingen. Dit betreft voorstellen en meningen die de respondenten zelf gaven.

Eerste verzamelde data

De eerste twee interviews zijn succesvol gehouden en verwerkt tot een transcriptie. Hoe de verhoudingen tussen DWARS Brabant en GroenLinks Tilburg zijn kan het best benaderd worden door te analyseren hoe beide organisaties functioneren. De beschikbare data toont al dat een hoefijzermodel een veelbelovend model is om meer aan op te hangen.

Statuten en HHR DWARS

Statuten DWARS
https://dwars.org/wp-content/uploads/2016/07/Statuten-per-januari-2016.pdf
Art. 5: de financiële middelen van de vereniging.
Let op geschiedenis van DWARS zoals beschreven door Van der Hulst (2015). Sinds 2002 een eigen politieke programma. Ook verhuizing naar Utrecht na ‘radicale’ en ‘anarchistische’ periode.

Huishoudelijk Regelement DWARS
https://dwars.org/wp-content/uploads/2020/03/Huishoudelijk_Reglement_2020-02-22.pdf
Art. 8 lid 2 sub a: Voorzitter: de voorzitter is verantwoordelijk voor de coördinatie van interne bestuurszaken. Daarnaast draagt de voorzitter zorg voor de contacten met de media en met andere organisaties, waaronder de contacten met GroenLinks.
Art. 12 lid 1 sub b: (De raad van advies heeft drie functies:) Het adviseren over de politiek inhoudelijke koers en organisatorische gang van zaken.
Art. 15 lid 5: Een afdelingsbestuur is in hun uitingen gebonden aan het beginselen politiek programma van DWARS.

Hoefijzermodel?
Gaandeweg ik me inlees vraag ik mij terzijde het volgende af: in hoeverre is het contact tussen een afdeling van een politieke jongerenorganisatie en lokale afdeling van een politieke partij gelijkend op een hoefijzermodel (met ieder aan een uiterste, waarbij bij de bovenste kromming de centrale toppen van de partijen (moederpartij) en organisaties (jongerenorganisaties) contact en invloed hebben en de grote lijnen bepalen)?

Literatuuronderzoek

Deze literatuur heb ik gevonden via Worldcat Discovery en Google Scholar, maar ook via het doorzoeken van literatuurlijsten van websites (b.v. parlement.com) en artikelen.
Er is e.e.a. geschreven over de verhoudingen tussen politieke jongerenorganisaties en politieke partijen (b.v. Truwant (2007), Van der Hulst (2015) en Welp (1998)), maar de focus ligt op nationale partijen.

Overzicht literatuur met korte aantekeningen

Boogers, M., Lucardie, P., & Voerman, G. (2007). Lokale politieke groeperingen: Belangenbehartiging, protest en lokalisme. https://www.rug.nl/research/portal/files/15913952/2007_Gerrit_Voerman_Lucardie_Boogers_Lokale_Politieke_Groeperingen.pdf
Alleen verwijzingen naar jongerenpartij (in een adem met seniorenpartijen), geen politieke jongerenorganisatie.

Kalis, M. (2011). Lokale partijen en hun inhoud: Waar onderscheiden lokale onafhankelijke politieke partijen zich in? (Thesis, Universiteit Utrecht). Geraadpleegd van https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/214396
Gebaseerd op Boogers (2007).

Truwant, J. (2007). Zo de ouden zongen, zo piepen de jongen? (Thesis, Universiteit van Gent). Geraadpleegd van https://docplayer.nl/storage/73/68215822/1605465361/AOxkc7raN6tcs7CR1Yl2PQ/68215822.pdf
Over de verhouding tussen een politieke partij en jongerenafdeling aan de hand van verschillende componenten.

Van der Hulst, R. (2015). Jong Geleerd…: De invloed van politieke jongerenorganisaties op hun moederpartijen (scriptie, Universiteit Leiden). Geraadpleegd van https://www.parlement.com/9353000/1/j4nvih7l3kb91rw_j9vvknrezmh4csi/vj8ann3ctrw9/f=/jong_geleerd.pdf

”De invloed van politieke jongerenorganisaties op hun moederpartijen.”
”De afdelingen, zoals eerder genoemd, zijn de wortels van DWARS. Zodra minstens drie mensen de behoefte hebben om samen een afdeling op te richten, heeft hun afdeling recht op erkenning. Iedere afdeling kent een eigen structuur en een eigen verhouding met de lokale GroenLinkse afdeling.”
” Anno 2012 is DWARS deel van de partijraad van GroenLinks en zit de voorzitter (of een andere afvaardiging namens het bestuur) bij de fractievergaderingen van de partij.”
” GroenLinks en DWARS omhelsden elkaar steeds meer, in de positieve zin van het woord. Het radicale gedachtegoed bleef nog wel levend binnen DWARS, maar werd meer het radicale korstje van een meer pragmatische koek. Dat bleek uit een nieuw politiek program, opgesteld in 2006, en een nieuw beginselprogramma.”
Auteur schrijft ook: ”Ten eerste ben ik zelf actief binnen DWARS GroenLinkse Jongeren, op zowel lokaal als nationaal niveau.”

Uit Van der Hulst (2015).

Welp, P. (1998). De jongerenorganisaties van de Nederlandse Politieke Partijn, 1945-1995. Jaarboek DNPP, 199-230. Geraadpleegd van https://dnpprepo.ub.rug.nl/11410/1/DNPP-jb-1998-welp-jongerenorganisaties.pdf

”In dit artikel werden de veranderingen in kaart gebracht in de formele relatie tussen de grote politieke partijen en hun jongerenorganisaties.”

Eerste interview gepland!

Afgelopen vrijdag heb ik met Dwayne Heuvelmans gebeld en een online interview gepland voor dinsdag 12:00h. Ook Bas van Weegberg heeft gereageerd op mijn e-mail van donderdagavond. Ik wacht op bevestiging van hem (het is immers weekend), maar ik verwacht dat het interview op woensdag 11:00h plaats zal vinden. Hiernaast heeft Rick Timmermans, secretaris van het bestuur van DWARS afdeling Noord-Brabant aangegeven dat hij het onderzoek interessant vind en spoedig zal voorleggen aan het bestuur.

Een concreet voorbeeld van een informatieve en aftastende e-mail.

Bij alle respondenten, heb ik in ieder geval de volgende informatie gegeven en ter instemming voorgelegd:

  1. Het interview zal plaatsvinden via het online platform Zoom;
  2. Het interview duurt ongeveer 15 minuten;
  3. Beeld en geluid worden opgenomen voor een transcriptie;
  4. Enkele geselecteerde fragmenten worden gebruikt voor de online blog.

Het eerste punt is belangrijk voor de communicatie. Normaal gesproken zou een interview in real-life plaatsvinden, maar het is door omstandigheden verstandiger dit online te doen. Dit doe ik bij voorkeur met beeld én geluid, niet alleen om ook non-verbale communicatie in te sluiten, maar ook om een ontspannen sfeer te realiseren en een sociale band op te bouwen tussen de interviewer en geïnterviewde (Baarda et al. 2007, p. 52). Hiernaast stelt videocontact mij als interviewer in staat om non-verbaal te stimuleren, bijvoorbeeld door te knikken en regelmatig oogcontact te maken (Baarda, De Goede, & Van der Meer-Middelburg, 2007, pp. 63-64).
Het derde punt, het gebruiken van registratieapparatuur, is belangrijk om de betrouwbaarheid van gegevens te verhogen (Baarda et al., 2007). Op deze manier kan ik een nauwkeurige transcriptie maken, wat voordelig is voor de kwaliteit van de dataverzameling en analyses (Boeije, 2014, p. 88).

Theorie achter selectie van respondenten
De respondenten zijn benaderd op basis van hun positie, omdat ik denk dat ze veel waardevolle informatie over het onderzoeksonderwerp hebben. Twee respondenten zijn raadsleden van de fractie GroenLinks, hebben bestuurskunde gestudeerd en hebben betrekkingen gehad met DWARS. De derde respondent wordt waarschijnlijk een bestuurder van DWARS afdeling Brabant. Volgens Thiel (2015, p. 117) heet dit een expert-interview. Hoewel dit soort personen vaak druk bezet zijn, hebben ze veel kennis over het onderwerp. Gelukkig hebben alle drie de respondenten snel gereageerd. Ik overweeg om een vierde respondent te zoeken, maar interviewen en transcripties maken is een arbeidsintensieve bezigheid (Thiel, 2015, p. 121). Hierom wacht ik af op de reacties van de huidige respondenten. Één respondent gaf een suggestie om een statenlid te benaderen. Hoewel ik dit aanvankelijk een goed idee vond, denk ik ook dat het voor nu verstandiger is om het onderwerp meet af te bakenen. Concreet betekent dit dat het onderzoek meer focust op GroenLinks op gemeentelijk (lokaal) niveau en niet op provinciaal (regionaal) niveau. Dit is echter wel nog een mogelijkheid voor eventueel vervolgonderzoek.

Thiel (2015, p. 120) is kennis en inhoud van het onderwerp, samen met interviewvaardigheid en contactuele eigenschappen van belang voor de interviewer, omdat deze zelf het voornaamste meetinstrument is. Dit is belangrijk voor de validiteit van het interview, de mate waarin de meetresultaten geldig zijn, met andere woorden, of de resultaten een nauwkeurige afspiegeling van de werkelijkheid zijn.

Het structureren van het interview draagt hieraan positief bij. Ik heb gekozen voor een halfgestructureerd interview, een interviewtechniek waarbij de onderzoeker aan de hand van topic list en/of sensitizing concepts (kernwoorden en onderwerpen uit het onderzoek) vooraf een aantal vragen opstelt en gebruikt als leidraad voor het gehele interview (Thiel, 2015, p. 115). Zo heeft de geïnterviewde grote vrijheid bij het beantwoorden van de vragen en kan hij naar eigen inzicht informatie toevoegen, terwijl het voor de interviewer toch mogelijk is om terug te vallen op hoofdonderwerp.
De vragen van het interview vind je hier.

Literatuur
Baarda, D.B., De Goede, M.P.M., & Van der Meer-Middelburg, A.G.E. (2007). Basisboek Interviewen: Handleiding voor het voorbereiden en afnemen van interviews. Groningen: Noordhoff.

Boeije, H. (2014). Analyseren in kwalitatief onderzoek: denken en doen. Amsterdam: Boom.

Thiel, S. (2017). Bestuurskundig Onderzoek: Een methodologische inleiding. Bussum: Coutinho.

Contact leggen

En nu?

Nu schrijf ik een e-mail aan Bas van Weegberg, raadslid Groenlinks in de Gemeente Tilburg en vroeger landelijk voorzitter van DWARS, Dwayne Heuvelmans, raadslid Groenlinks in de Gemeente Tilburg en vroeger lid van jongerenorganisatie DWARS. Beide hebben Bestuurskunde gestudeerd. Ook schrijf ik de huidige voorzitter van DWARS, Louana van Nistelrooij. Ik verwacht dat deze drie personen interessante perspectieven hebben over de overeenkomsten en verschillen tussen de partijen en de communicatie/samenwerking. Wanneer ze niet beschikbaar zijn, vraag ik naar andere mogelijkheden en andere contacten.

In deze video toon ik hoe ik via e-mail contact leg met de organisatie. Het gaat vrij gemakkelijk!